Selecteer een pagina

Darmkanker is een verzamelnaam voor verschillende soorten kanker van de dunne darm, dikke darm en de endeldarm (rectum)

Dunnedarmkanker

Kanker van de dunne darm is erg zeldzaam. Indien een zwelling gevonden wordt in het verloop van de dunne darm, is deze meestal goedaardig: lipomen (vetcellen), neurofibromen (zenuwcellen), fibromen (bindweefselcellen), en leiomyoom (spiercellen).

Dikkedarmkanker

Kanker van de dikke darm is een veel voorkomende vorm van kanker: qua incidentie nummer 3 bij mannen en nummer 2 bij vrouwen. Indien darmkanker al op jonge leeftijd optreedt, kan het duiden op de aanwezigheid van een erfelijke component, vaak komt de patiënt uit families waarin al eerder darmkanker geconstateerd was. Indien een eerstegraads familielid (ouder of kind) dikkedarmkanker heeft, of heeft gehad, dan is het relatieve risico om het zelf ook te krijgen met een factor 2-3 verhoogd. Hoe eerder de diagnose bij het eerstegraads familielid werd vastgesteld, hoe groter het risico. Tevens geldt, hoe meer familieleden de aandoening hebben, hoe groter het risico. De aanwezigheid van veel darmpoliepen is ook risicofactor, aangezien deze poliepen kwaadaardig kunnen ontaarden. De incidentie van dikkedarmkanker neemt sterk toe met de leeftijd en komt met name voor bij personen van 50 jaar en ouder. Bij personen in de leeftijd van 40-49 jaar komt het voor bij 50 per 100.000, en in de leeftijd van 60-69 jaar komt het voor bij 330 per 100.000.

Preventie

  • Een normaal lichaamsgewicht, dat wil zeggen een queteletindex van 18,5-25.
  • Voldoende lichaamsbeweging/sport.
  • Er is overtuigend bewijs dat regelmatige consumptie van rood vlees (vlees dat afkomstig is van runderen, varkens, geiten en schapen) en verwerkt vlees (bijvoorbeeld ham en salami) het risico op darmkanker sterk verhoogt. Het World Cancer Research Fund (WCRF) heeft 263 studies op dit gebied bekeken en beveelt aan dat mensen niet meer dan 500 gram rood vlees per week eten, en verwerkt vlees helemaal mijden.
  • Er is overtuigend bewijs dat vezelrijke voeding, vooral de oplosbare vezels die veel in groenten, fruit en peulvruchten voorkomen, het risico op darmkanker sterk beperkt.
  • Beperkte inname van alcoholhoudende dranken.

Vroege opsporing

Een van de mogelijkheden om darmkanker vroeg op te sporen is onderzoek naar bloedverlies in de ontlasting. In Nederland heeft de Gezondheidsraad op 17 november 2009 aan de minister van Volksgezondheid aanbevolen om te starten met een bevolkingsonderzoek naar darmkanker bij inwoners tussen de 55 en 75 jaar. De ontlasting kan worden onderzocht in het klinisch chemisch laboratorium met behulp van een occult bloedtest. Naar verwachting van de Gezondheidsraad zou dit bevolkingsonderzoek 1400 sterfgevallen per jaar in Nederland kunnen voorkomen.

Op 16 februari 2010 liet de minister in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer weten dat zij verwacht in het voorjaar van 2011 een besluit te kunnen nemen over het al dan niet invoeren van een bevolkingsonderzoek. Voorlopig zijn er niet alleen budgettaire problemen maar is men ook nog niet zeker of er voldoende MDL-artsen zullen zijn om het aantal darmonderzoeken uit te voeren die dit zal meebrengen.

Klachten

De klachten van dikkedarmkanker zijn veelal aspecifiek. Alarmsymptomen die mogelijk op dikkedarmkanker kunnen wijzen zijn een veranderd ontlastingspatroon, ongewild gewichtsverlies en rectaal bloedverlies. Rectaal bloedverlies komt voor bij tumoren die dichtbij het einde van het maag-darmkanaal liggen en zit dan door de ontlasting heen. Chronisch (microscopisch) bloedverlies uit tumoren aan het begin van de dikke darm blijft meestal onopgemerkt, vaak komen deze patiënten met klachten van bloedarmoede (anemie) bij een arts. Patiënten hebben ook vaak last van luchtophopingen in de dikke darm.

Behandeling

De meest toegepaste behandelingen bij darmkanker zijn:

  • Operatie (chirurgie); indien de kanker zich niet verspreid heeft en niet te diep in de darmwand is ingegroeid, is er een grote kans op volledige genezing. Daarnaast kan er als de darm verstopt is door een tumor een stoma worden aangelegd, ter verlichting van de klachten.
  • Bestraling (radiotherapie), al dan niet in combinatie met chemotherapie (behandeling met celdelingremmende medicijnen), wordt met name gebruikt bij tumoren in de endeldarm. In de meeste gevallen kan een tumor die te groot is voor chirurgische verwijdering met behulp van bestraling en chemotherapie worden verkleind, waardoor chirurgische verwijdering alsnog mogelijk wordt. Ook wordt bestraling, indien er geen genezing meer mogelijk is, aangewend om de klachten te verminderen.
  • Chemotherapie wordt met name aangewend om uitzaaiingen naar de lever en longen te behandelen. In de meeste gevallen is er dan geen genezing meer mogelijk en is het doel de klachten zo goed mogelijk onder controle te houden. Is er sprake van enkele uitzaaiingen naar long of lever dan is er soms nog de mogelijkheid om middels chemotherapie gevolgd door chirurgie de uitzaaiingen te verwijderen.

Veel gebruikte geneesmiddelen zijn: flourouracil (Fluracedyl) , folinezuur (Leucovorine, Rescuvolin), irinotecan (Campto), bevacizumab (Avastin).

Vaak is een combinatie van deze behandelmethoden nodig. De keuze en de volgorde van de verschillende behandelingen is onder meer afhankelijk van de kenmerken van de tumor, het stadium van de ziekte, de leeftijd waarop darmkanker wordt vastgesteld en de wensen van de patiënt.

Lees meer over dit onderwerp in ondertsaand boek:

Ongeneeslijk gelukkig

Door: Laan-Kamp, H. van der

Fijn dat je onze kennisbank bezoekt.


 

Heb je ook onze nieuwe homepage al bezocht?
gezondheid.nl